Page 3 - 1401032ISSUE32.pdf
P. 3
Op de Korrel
Is de Grondwet ‘ook maar een
mening’?
Kolonel b.d. drs. A.E. de Rooij
Om te beginnen neem ik u mee in een gedachtenexperiment. Stel u voor dat de minister van Justitie en Veiligheid de Tweede Kamer zou meedelen dat de
politie de handhaving van de rechtsorde, zoals opgedragen in de Politiewet, nog maar beperkt kan uitvoeren. Dat met name voor de zwaardere taken,
zoals het optreden tegen de georganiseerde misdaad en bij rellen de capaciteit ontbreekt en dat daarom in ieder geval bij voetbalwedstrijden geen politie
meer kan worden ingezet. Of, een ander voorbeeld, dat de burgemeester van Den Haag de gemeenteraad vertelt dat de Haagse brandweer niet langer
over het materieel beschikt om branden die hoger dan de tweede verdieping van een gebouw reiken, te bestrijden. De pompen zijn verouderd en er is geen
geld voor vervanging. In beide gevallen zou Den Haag te klein zijn. De volksvertegenwoordigers zouden op hun achterste benen staan, ingrijpende maat
regelen eisen en moties van wantrouwen tegen de bewindspersonen aannemen. In de pers zou er schande over gesproken worden en Twitter zou ontplof
fen.
U vraagt zich nu misschien af waarom ik deze voorbeelden gebruik. Zoiets absurds is toch ondenkbaar! In het beschaafde en welvarende land dat Nederland
is, kan dit toch niet gebeuren. Ik moet u dan helaas uit de droom helpen. Op dit moment gebeurt dit wel in Nederland en wel bij de krijgsmacht. Ik heb
het dan over de brief die minister Kamp eind oktober naar de Kamer heeft gestuurd waarin hij antwoord gaf op de vragen van diezelfde Kamer over de
Defensiebegroting 2022. Hij stelde onder meer dat er nog verder herstel nodig is voordat onze krijgsmacht in staat is haar grondwettelijke taken uit te
voeren. Om de eerste hoofdtaak, de verdediging van het Nederlands grondgebied en dat van de bondgenoten, te kunnen uitvoeren heeft onze krijgsmacht
volgens minister Kamp “investeringen in de operationele ondersteuning, in voorraden (onder andere munitie, geneeskundig, brandstof) en in extra en
nieuwe capaciteiten nodig.” Er zijn, aldus de minister, miljarden extra euro’s nodig en het op peil brengen van de voorraden duurt dertien jaar.
In de media veroorzaakte dit weinig reuring. De Kamer besteedde hier wel de nodige woorden aan. Een deel vond dit onacceptabel (sommige partijen kon
het niets schelen en vroegen om verdere bezuinigingen). Tot daden kwam men echter niet. Sterker nog: de vergadering van de Vaste Kamercommissie voor
defensie van begin november werd geschrapt en vervangen door een extra schriftelijke vragenronde. Hierin bevestigde de minister dat onze krijgsmacht de
komende jaren ons land niet naar behoren kan verdedigen. In de plenaire sessie van de Kamer op 11 november (de elfde van de elfde, maar dat is toeval)
werd de defensiebegroting voor komend jaar gewoon bekrachtigd.
U zult met mij moeten constateren dat de erbarmelijke staat waarin onze krijgsmacht verkeert geen prioriteit heeft bij de volksvertegenwoordigers. Zij ac
cepteren dat het nog jaren duurt voordat de krijgsmacht haar grondwettelijke taken kan uitvoeren, als het ooit al zo ver komt. Verdediging van Nederland
tegen externe dreigingen is immers nu niet acuut. Andere crises moeten eerst worden opgelost. Aan het feit dat het (weder)opbouwen van een krijgsmacht
meer dan een decennium kost, gaat men voor het gemak voorbij. Onze politiek is immers niet van de langetermijnplanning.
Dat hierbij de Grondwet wordt geschonden, nemen regering en parlement voor lief. Nu is dat niet zo moeilijk voorstelbaar. De Grondwet stelt immers zelf
dat wetten niet getoetst mogen worden aan grondwetsbepalingen. Daarnaast kent Nederland niet zoiets als een Constitutioneel Gerechtshof. Het parlement
moet zelf bewaken of de Grondwet wordt geschonden.
Dit heeft veel weg van een slager die zijn eigen vlees keurt. Dan blijkt dat de taken die voor de krijgsmacht zijn vastgelegd in de Grondwet op dit moment
minder relevant zijn dan zaken die op de korte termijn spelen. Daaram moet ik de vraag in de titel van deze column beantwoorden met “Ja, helaas blijkt
dat in Nederland zo te zijn”.
Verder in dit nummer
Het eerste deel van het Defensienieuws hebt u reeds aangetroffen op de vorige bladzijde. Het tweede deel staat op bladzijde 17. Op de bladzijden 4 –
7 betoogt Kees Homan dat Frankrijk pleit voor een militair zelfstandig Europa. Zijn tweede bijdrage, de column, staat op de bladzijden 18
en 19. Hij bespreekt hier de actuele situatie bij Defensie in Personeelstekort bij Defensie is een probleem. De bijdrage van onze andere co
lumnist, László Marácz, treft u aan op de bladzijden 8 en 9. In De herstart van de geschiedenis: het ongelijk van Fukuyama betoogt hij
dat deze beroemde schrijver destijds ongelijk had toen hij het ‘Einde van de Geschiedenis’ voorspelde. Daarna behandelen Rick Meessen en Wouter Halswijk
van TNO het onderwerp Hypersone wapens. Op de bladzijden 10 – 13 geven zij antwoord op de op de vraag: Is dit een hype of reële dreiging?
Het laatste artikel in dit nummer is van onze medewerker Gertjan van der Wal. Op de bladzijden 14 – 16 gaat hij in op het feit dat de Duitse comman
do’s kiezen voor de Mammoth. Dit Nederlandse gevechtsvoertuig biedt het Kommando Spezialkräfte (KSK) mobiliteit en
bescherming.
Foto voorpagina: Een X-51 hypersone scramjet onder de vleugel van een B-52. Foto: Wikimedia Commons, USAF, Bobbi Zapka
3
Armex | december 2021

