Page 3 - armex+120212__.pdf
P. 3
Op de Korrel
Hoofdlijnennotitie kabinet stap in de
goede richting
Kolonel b.d. drs. A.E. de Rooij
Ik schrijf deze column in het weekend dat de spanning rondom Oekraïne steeds verder oploopt. Westerse regeringen manen hun landgenoten Oekraïne te
verlaten. Het gros van het ambassadepersoneel wordt teruggetrokken en de KLM schrapt de vluchten op Kiev en vliegt om het Oekraïens luchtruim heen.
De voornaamste dader van de oplopende spanningen is – in ieder geval in de ogen van het Westen – de Russische president Poetin. Ik weet niet waarom
hij dit wapengekletter laat zien, maar wat ik wel weet is dat hij het zich militair gezien kan veroorloven. De Europese NAVO-landen hebben de afgelopen
decennia hun krijgsmachten verwaarloosd en hoewel de VS natuurlijk kan bijspringen, is de Amerikaanse aandacht vooral op China gericht. En we moeten
bedenken dat de Amerikanen niet langer in staat zijn tegelijkertijd op twee (potentiële) oorlogstonelen op te treden.
Gelukkig ziet ook onze regering de noodzaak de inspanningen op het gebied van defensie te vergroten. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV blijkt
dat de komende jaren extra geld voor defensie wordt vrijgemaakt en dat de begroting uiteindelijk structureel met drie miljard euro wordt verhoogd. In de
op 11 februari verschenen Hoofdlijnennotitie wordt dit streven bevestigd en nader toegelicht. Deze notitie stelt diverse malen dat door de veiligheidssitu
atie in de wereld en in het bijzonder in Oost-Europa snelheid geboden is. Dan vind ik het jammer dat er procesmatig toch weer voor zorgvuldigheid is ge
kozen. De in de notitie aangekondigde Defensienota wordt “voor de zomer” aan de Kamer aangeboden. Als dit in de praktijk betekent voor het zomerre
ces, zal de parlementaire behandeling pas in het najaar zal plaatsvinden. Met de uitvoering van het nieuwe defensiebeleid wordt dan in de praktijk bijna
twee jaar na de verkiezingen begonnen. Zeker een zorgvuldig proces, maar snel?? Ook met de uitvoering van diverse maatregelen ter bestrijding van Covid-19
was Nederland zorgvuldig. Dit betekende echter wel dat we elke keer onderaan het lijstje van Europese landen bungelden.
Maar goed, het extra budget dat in de regeringsverklaring is aangekondigd, betekent dat de Nederlandse politiek defensie weer serieus neemt en dat is
een (grote) stap in de goede richting. We zijn er echter nog niet, want in 2026 daalt volgens de plannen het defensiebudget ten opzichte van het jaar ervoor
weer met 1,2 miljard euro. Blijkbaar is het voor de politiek toch moeilijk om op de langere termijn de goede richting te behouden.
Het kabinet Rutte IV zet dus een stap in de goede richting. Dat mag ons er echter niet van weerhouden het kabinet kritisch te volgen in de verdere uitwer
king van de defensieplannen. In deze column beperk ik me tot opmerkingen over één aspect, waaraan in mijn ogen risico’s zijn verbonden: specialisatie.
Op zich is het een goed teken dat in de Hoofdlijnennotitie minder sterk wordt getamboereerd op specialisatie dan in de Defensievisie 2035. Specialisatie is
immers vaak een eufemisme voor eenzijdige bezuinigingen. In de Hoofdlijnennotitie wordt echter een nieuwe term geïntroduceerd die er erg op lijkt:
specialismen. Ook worden alvast twee specialismen genoemd waar Nederland zich op concentreert: cyber en inlichtingen. Het lijkt erop dat hierover weinig
overleg is geweest met onze bondgenoten, iets wat je als betrouwbare bondgenoot wel zou moeten doen. Daarnaast zijn het twee terreinen waarop men
weinig fysieke risico’s loopt en de bereidheid tot risk sharing is nu juist een aspect waarmee men vertrouwen bij de bondgenoten wekt.
Ondanks dit punt van kritiek wil ik stellen dat het huidige kabinet op het gebied van defensie en veiligheid op de goede weg is. Dat is helaas niet het geval
voor het gehele politieke spectrum. Dat bleek weer uit de tegenbegroting die PvdA en GroenLinks begin februari naar buiten brachten. Deze begroting
staat vol goede plannen, maar in de laatste zin wordt zonder enige onderbouwing aangekondigd dat beide partijen structureel 2,1 miljard euro minder aan
defensie denken uit te geven dan het huidige kabinet. Alsof veiligheid geen voorwaarde is voor welvaart en welzijn!
Lilianne en Jesse, ik denk dat Vladimir Vladimirovitsj jullie plannen zeker kan waarderen. Ga vooral rustig slapen.
Verder in dit nummer
Ook in dit nummer staat het eerste deel van het Defensienieuws op de vorige bladzijde. Het tweede deel kunt u vinden op staat op bladzijde 15. Op
de bladzijden 4 – 9 treft u het eerste deel van een drieluik aan van onze redacteur Harry van der Horst met de titel Rusland na de Muur. Dit eerste
deel gaat over De Russische maatschappij - een zwalkende reus op lemen voeten. Op de bladzijden 10 en 11 staat de column van
László Marácz. Hij schrijft dit keer over Oekraïne en het geopolitieke schaakbord. Onze medewerker Gertjan van der Wal heeft twee bijdragen
aan dit nummer geleverd. Op de bladzijden 12 – 14 is het onderwerp de Europese Joint Expeditionary Force. Met een Hybride-oefening in
Zweden was deze actief op de Noordflank. Zijn tweede bijdrage, op de bladzijden 18 en 19 gaat het over “Een mijlpaal in de internati
onale samenwerking”. Deze mijlpaal betreft het feit dat Canada, Noorwegen en de Verenigde Staten partners zijn geworden in het
militair mobiliteitsproject van de EU. Tussen deze artikelen staat de bijdrage van columnist Kees Homan. Deze gaat over De opkomst van
niet-Westerse interventies.
Foto voorpagina: Een konvooi van de NAVO-flitsmacht verplaatst zich richting Polen. Foto: Mediacentrum Defensie
3
Armex | februari 2022

