Page 12 - armex+120212__.pdf
P. 12
Europese Joint Expeditionary Force
actief op de Noordflank
Hybride-oefening in Zweden
Gertjan van der Wal
De Joint Expeditionary Force is een militair samenwerkingsverband waarvan Nederland sinds 2014 deel uitmaakt, net
als acht - sinds kort negen - andere Europese landen, waaronder ook niet-NAVO-lidstaten. Dit vrij onbekende partner
schap liet in september vorig jaar van zich horen tijdens de commandopostoefening Joint Protector in Zweden.
Het idee voor de Joint Expeditionary Force (JEF) werd door het Verenigd
Koninkrijk in 2010 voor het eerst verwoord in zijn Strategic Defence Review.
De Ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 en de reactie daarop van het
Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Nederland en Noorwegen vormde een
schoolvoorbeeld van het snel gezamenlijk beschikbaar stellen van militaire
capaciteit. Dat bood de flexibiliteit en snelle besluitvaardigheid die op dat
moment voor deze humanitaire ramp nodig was, buiten de geijkte paden
van Brussel (EU en NAVO) en New York (VN). De annexatie van de Krim
datzelfde jaar door Rusland en zijn inmenging in Oost-Oekraïne versnelden
de totstandkoming van het partnerschap. De Britten trapten tijdens de NAVO-
top in Wales in 2014 de JEF af. Zeven landen ondertekenden vervolgens in
2015 de oprichtingsakte: het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland,
Letland, Litouwen, Nederland en Noorwegen. Finland en Zweden sloten als
niet-NAVO-landen in 2017 aan, waarna de JEF juni 2018 operationeel werd.
Als tiende deelnemer trad IJsland april 2021 toe. Het verband richt zich
hoofdzakelijk op Noord-Europa: van het Noord-Atlantisch gebied in het Nederland maakt met Acht andere Europese landen deel uit van de Joint Expe
Westen tot het Hoge Noorden en de Baltische Zee-regio in het Oosten. ditionary Force. Foto: Mediacentrum Defensie
Scala aan militaire opties
De oprichters, met de Britten voorop, wilden met de JEF een expeditionaire
macht optuigen die politieke besluitvormers een scala aan militaire opties
bood. “Zodat zij, snel als dat nodig is, adequaat kunnen reageren tijdens De Britten trapten tijdens de NAVO-top in
crises, zowel in vredestijd als in conflictsituaties’, legt kapitein-ter-zee André
van der Kamp van de Koninklijke Marine uit. De kolonel is geplaatst op het Wales in 2014 de JEF af
JEF-hoofdkwartier in het Engelse Northwood, vlakbij Londen. De deelnemen
de landen besluiten zelf of ze meedoen en met welke eenheden. Het multi
nationale verband is flexibel en aanpasbaar aan de inzet. Nederland heeft
om de zaken te stroomlijnen personeel als Van der Kamp geplaatst bij het
Standing Joint Force HQ (SFJHQ). Dat stuurt de troepen aan.
Onze mogelijke inbreng bestaat bijvoorbeeld uit de UK/NL Amphibious
Force met eenheden van het Korps Mariniers en schepen als het logistiek
ondersteuningsschip Zr. Ms. Karel Doorman. Andere krijgsmachteenheden
kunnen, ondanks die maritieme focus, indien nodig en beschikbaar, worden
ingezet. “Die kunnen van de marine, luchtmacht of landmacht komen, zoals
cybercapaciteit of specialisten”, somt de stafofficier op. Alleen de laatste
groep was namens ons land actief, bij oefening Joint Protector.
Snellere afstemming
Omdat het om een kleine groep landen gaat, kunnen er gemakkelijker
knopen worden doorgehakt dan bij bijvoorbeeld de NAVO. “Dat leidt tot
snellere afstemming over hoe daadkrachtig en gezamenlijk te reageren
op (hybride) dreigingen. Zoals onder meer getraind tijdens een fictief incident
in de wateren tussen de Noordzee en de Oostzee. De politieke afspraken
daarover staan op papier”, meldt Van der Kamp. In zijn volledige omvang
moet de JEF bovendien een flexibele, full spectrum, interventiecapaciteit
kunnen optrommelen, gaat de kolonel verder. “Het verband wil een belang
rijke bijdrage leveren aan de Europese veiligheid: met tien landen zijn we
sterker dan alleen.” Nederland doet volgens het ministerie mee om samen Zr. Ms Karel Doorman werd ingezet bij de bestrijding van ebola in West-Afrika
met gelijkgestemden de vaardigheden en capaciteiten te versterken en de in 2014. De reactie van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Nederland en
inzet ervan beter op elkaar aan te laten sluiten. “Dat vooral op het gebied Noorwegen vormde een schoolvoorbeeld van het snel gezamenlijk beschikbaar
van onconventionele en hybride inzet”, vult de kolonel aan. stellen van militaire capaciteit. Foto: Mediacentrum Defensie
12
Armex | februari 2022

